• Oplevering fase 1 De Kerk

    De verbouwing van de nieuwe entree van studentencomplex “De Kerk” is voltooid. Daarmee is de eerste fase van een totale opwaardering van het complex afgerond. Het uitgangspunt is om de bijzondere historische kwaliteiten beter tot hun recht te laten komen en tegelijkertijd het studentencomplex een jonger elan te geven dat aansluit bij zijn bewoners.

  • Nieuwe constructie voor Felix Meritis

    Bij de werkzaamheden aan Felix Meritis kwamen een aantal ernstige gebreken aan de bestaande constructie aan het licht. De oorspronkelijke constructies van enkele vloeren waren zover doorgezakt en ontzet, dat herstel daarvan tot meer schade aan het monument zou veroorzaken. Daarom zijn op verschillende plaatsen nieuwe stalen hulpconstructies aangebracht die de oorspronkelijk constructies ondersteunen én ontlasten.

  • Nieuw dak Felix Meritis gereed

    De nieuwe kapverdieping op Felix Meritis is aangebracht en de voorgevel gerestaureerd. Door de nieuwe kap is het oorspronkelijke bouwvolume weer herkenbaar. De fragmentatie van de dakverdieping, die is ontstaan ná de brand in 1932, behoort daarmee tot het verleden. Het nieuwe dak onttrekt de gebouwinstallaties aan het zicht en is uitgevoerd in zink. Door de lichte kleur is de kap ondergeschikt gemaakt aan de klassieke voorgevel. Het wit van de gevelbeëindiging met fronton in de voorgevel is overgeschilderd in een zandkleur die aansluit op het Bentheimer zandsteen, zoals het ook bij de oprichting in 1787 moet zijn geweest.
    Ook het dak van het centrale trappenhuis is vernieuwd. Dat dak is verlaagd zodat het weer een intermediar tussen de twee hoofdvolumes is. Carré en ovaal zijn weer herkenbaar, maar dit gaat niet ten koste van het daglicht dat zo prachtig in het centrale trappenhuis valt.

  • Villa Bloemcamplaan, Wassenaar

    Deze mooie villa van architect Fokke van Duyn toont zich als een tweelaags blok in witte kleurstelling, met een langs-zadelkap met geringe dakhelling. De gesloten gevel aan de voorzijde wordt doorbroken door het naar buiten geschoven trappenhuis. De garage, in het oorspronkelijke ontwerp duidelijk ondergeschikt aan het hoofdvolume, is in 1971 verbouwd en bij de woonruimte getrokken. Dit deel is bouwkundig van mindere kwaliteit.
    Onze opdrachtgever wenste een aanmerkelijke vergroting van de woonruimte. In het ontwerp is ervoor gekozen om aan het hoofdvolume één eenduidige aanbouw te realiseren en de oorspronkelijke garage te verwijderen. Waar het hoofdvolume bestaat uit twee lagen met kap is de L-vormige aanbouw éénlaags uitgevoerd.
    De aanbouw is duidelijk herkenbaar als een zelfstandige eenheid door een moderne architectonische vormgeving: staal, glas en houten lamellenschermen. Door een inspringende glasstrook in de gevel en aansluitende lichtstroken in het dakvlak wordt de aanbouw verzelfstandigd te opzichte van het hoofdvolume. De oorspronkelijke hoofdingang heeft een nieuwe glazen luifel gekregen en de zijingang ligt verborgen achter een lamellenscherm. Dit biedt een snelle praktische toegang tot de berging achter de keuken.
    In lijn met het oorspronkelijke uitgangspunt van Fokke van Duyn is de achterzijde geopend naar de tuin. De oorspronkelijke woning is hoofdzakelijk uitgevoerd in witte tinten. Voor de aanbouw worden natuurlijke materiaalkleuren gebruikt, waardoor de geleding leesbaar is en het hoofdvolume herkenbaar blijft.

  • Dit boshuis staat op een open plek in het bos aan de rand van Vierhouten op de Veluwe. Omdat het huis een bestaand vakantiehuis verving waren restricties gesteld aan het maximaal te bouwen vloeroppervlak.
    De vertrekken zijn rondom een met glas overdekte patio gegroepeerd waardoor het huis, ondanks het beperkte vloeroppervlak, bijzonder ruimtelijk is. Tegelijkertijd is er een buffer tussen slaap- en woongedeelte ontstaan. Met grote schuifbare lamellenschermen kunnen de woonkamer, de patio of de slaapvertrekken intiemer worden gemaakt. Als er geen bewoners aanwezig zijn beschermen deze schermen de patio tegen al te nieuwsgierige everzwijnen.
    Het gebouw is opgebouwd in houtskeletbouw met een open beplanking. Door de robuuste detaillering en de dakafwerking met natuurlei in wilde dekking gaat het gebouw op in zijn omgeving.
    Het ontwerp is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met opdrachtgevers en in de zomer van 2013 opgeleverd. Sindsdien heet het huis “De Boshut”. Het is erg geliefd als vakantieverblijf.

    Boshuis, Vierhouten

  • Het wooncomplex is gesitueerd op een voormalig bedrijfsterrein midden in het dorp Handel in Noord Brabant. De twaalf huurappartementen zijn in twee lagen gebouwd op een parkeerkelder. Door het parkeren onder het gebouw onder te brengen, kon het omliggende terrein als gemeenschappelijke tuin worden ingericht.
    De ruime 2- en 3-kamerappartementen hebben alle een woonkamer met balkon op het zuiden. Het verspringen van de deels inpandige, balkons levert een aangename plastiek aan de gevel. Vanwege de gemeentelijke restricties ten aanzien van de hoogte, is gekozen voor een gebogen dak. Om aan te sluiten op de dorpse architectuur is een grove rode baksteen toegepast met donkere, diepliggende voegen. Het dak is van metaal en wordt beëindigd door ruime gootoverstekken.
    Het gebouw heeft een centrale verwarmingsinstallatie, die gebruik maakt van een warmtepomp. Het gesloten systeem maakt gebruik van een zevental bronnen gelegen op 100 meter diepte en een warmtedak van 100m2. Aardwarmte voorziet in warmte, koeling en heet water in de woningen. De warmtewisselaar in het dak houdt het systeem in balans. Verder wekken zonnepanelen op het dak een deel van de benodigde elektriciteit op. Alle woningen hebben een eigen verdeelunit met meters. Hemelwater wordt afgevoerd op eigen terrein door middel van een bezinkvoorziening in de tuin. Samen met de natuurlijk geventileerde parkeerkelder zijn dit aspecten die het gebouw bijzonder duurzaam maken.
    Dit project is door MATH architecten BV in één hand ontwikkeld, ontworpen en uitgevoerd.

  • Workshop Taylor, New Jersey USA

    Op dit voormalige boerenlandgoed is na een landschappelijke analyse, samen met de eigenaar, besloten een van de bestaande stallen te vervangen door een nieuw gebouw met een werkplaats voor één persoon, waarin de diverse werktuigbouwkundige machines met antiekwaarde kunnen worden ondergebracht.
    Het bestaande ensemble van boerenopstallen is intact gebleven, maar in afwijking van de bestaande “Barn-red” beplankte stallen, is gekozen voor onbehandeld Red Cedar. Door de natuurlijke veroudering zal het gebouw zich in de loop van de tijd voegen in de omgeving. De houten planken zijn horizontaal en vlak aangebracht, waarbij om de drie planken een plank uitsteekt. Hierdoor ontstaat een stringente horizontale geleding die het mogelijk maakt om op diverse gewenste plekken ramen te maken zonder een onrustig geheel te krijgen.
    De gevel is opgebouwd rondom de gelamineerde spantconstructie in houtskeletbouw.
    De workshop van ca. 200 m2 huisvest diverse specialismen; zo is een zogenaamde “blacksmith forge” ingebouwd, maar zijn ook metaal- en houtbewerkingsmachines geplaatst. Het gebouw is voorzien van een ondergronds afzuigsysteem. Het daglicht is op afstand te reguleren door automatische zonwering boven de daklichten.

  • GEB-toren, Rotterdam

    De eerste “wolkenkrabber” in Nederland uit 1931 is, ondanks desastreuze verbouwingen in de jaren ’70 en ’90, een prominent rijksmonument in Rotterdam. In het kader van een opwaardering van meerdere studentenhuizen vraagt Stadswonen ons in 2016 om een ontwerp te maken voor beide entrees en achterliggende ruimten.
    Een terugbrengen van de oorspronkelijke entrees is, door de functieverandering, niet mogelijk. Bovendien heeft de opdrachtgever de uitdrukkelijke wens om het ontwerp zo open en transparant mogelijk te maken, zodat het “zowel recht doet aan het monumentale karakter van het pand alsook de jonge bewoners voldoende representeert”.
    In ons ontwerp proberen we weer recht te doen aan de structuur van het oorspronkelijke gebouw. De originele gevelplastiek wordt in ere hersteld, de bijzondere kolomstructuur wordt weer herkenbaar. De lift- en trappenhal wordt ontdaan van alle – later aangebrachte – tussenpuien, waarbij de prachtige Engelse trap opnieuw een prominente plaats krijgt. Het open studiecentrum krijgt door een vide weer direct daglicht en is een verwijzing naar de publiekshal van weleer. Een nieuwe trap maakt een directe verbinding naar de bewonersruimte op de eerste verdieping en het gemeenschappelijk dakterras.
    De volgebouwde nevenentree, oorspronkelijk een doorrit voor auto’s naar de achtergelegen expeditieruimte, wordt aan de binnenzijde ingrijpend verbouwd. De opdrachtgever is bereid om hiervoor één woning op te offeren, waardoor de entreehal de oorspronkelijke breedte van de doorrit krijgt. Op de achterwand komt een wandvullende afbeelding met perspectief, waardoor extra diepte wordt gesuggereerd.
    In de materialisering worden de bouwdelen die binnen de oorspronkelijke structuur vallen hoogwaardig maar sober gehouden: de grijs-witte kleurstelling uit de beginjaren komt terug. Toevoegingen die niet tot de oorspronkelijk structuur behoren, zoals het nieuwe element met de trappen en de verschillende vaste meubels, krijgen een frisse materiaal- en kleurafwerking.
    Veranderende inzichten bij de opdrachtgever hebben geleidt tot een aanpassing van de “uitvraag” voor de GEB-toren. Hierbij ligt de nadruk op het verbeteren van de uitstraling en het monumentale karakter aan de buitenzijde. Ook zijn de andere gebouw-entrees aan de opdracht toegevoegd en wordt het mogelijk gebruik van de kelder door herstel van de oorspronkelijke koekoeken onderzocht.

  • Villa Sophialaan, Wassenaar

    De voormalige dokterswoning aan de Sophialaan in Wassenaar is in 1929 gebouwd, en ontworpen door Architect Wouter Mikmak.
    Bij de verbouwing is het bestaande huis in zijn waarde gelaten en is de ruimtelijke opbouw van het oorspronkelijke ontwerp als uitgangspunt genomen.
    De bestaande aanbouw – een dokterspraktijk – met diverse aanpassingen, was niet meer functioneel. Deze is volledig gesloopt en vervangen door een strakke geometrische doos in twee lagen, met een kelder. Het oorspronkelijke ruimtelijke thema van Mikmak is doorgezet in de nieuwe verbindingen tussen de woonruimten onderling. Zo is er een open verbinding tussen de keuken in het bestaande huis en de tuinkamer in de nieuwbouw.
    De aanbouw is dus zowel functioneel als ruimtelijk gericht op het hoofdvolume. In het exterieur is een duidelijk onderscheid gemaakt. Dit uit zich vooral in de toepassing van contrasterende materialen als gezoete hardstenen gevelbekleding, donkergrijs gecoat staal en grote glasvlakken.
    Naast het vernieuwen van de uitbouw is ook de zolder opnieuw ingedeeld, waarbij de bijzondere kapconstructie zichtbaar is gemaakt.

  • Woonhuis Kerkstraat, Katwijk

    Wat begon als een vraag om een second opinion, groeide uit tot een volledige ontwerpopdracht voor renovatie en uitbreiding van het pand aan de Kerkstraat.
    Het woonhuis met smederij is een Rijksmonument en stamt uit de tweede helft van de 17de eeuw. Het pand werd ontdaan van alle storende jaren ’70 verbouwingen en in de oksel van de twee bestaande bouwvolumes is een nieuw volume geplaatst dat gekenmerkt wordt door het gebruik van glas en staal. Dit in contrast met de bestaande materialisering van het pand.
    In het voorste gedeelte van het woonhuis bevindt zich nog de authentieke balkenvloer die volledig in het zicht is gebleven.
    Alle bestaande ruimtes in het woonhuis komen uit op de gecombineerde woonkamer-keuken in het nieuwe volume. Hierdoor is een heldere organisatie in het gebouw is ontstaan. Op de verdieping verbindt een nieuwe overloop de slaapvertrekken in de bestaande dakkappen. Eikenhout en Belgisch hardsteen in zowel nieuw- als oudbouw kenmerken de interieurafwerking.

  • Woonstudio, Den Haag

    Dit voormalige postkantoor in de wijk Escamp in Den Haag, op de kop van een jaren 50 woongebouw ontworpen door architect Piet Zandstra is met simpele middelen geschikt gemaakt als woon- en werkruimte voor een beeldend kunstenaar en een fotografe. Het terugbrengen van de oorspronkelijke architectonische kwaliteiten lag voor de hand gezien de passie van de bewoners voor de vormgeving uit de jaren 50, 60 en begin 70. De begane grond is uitgevoerd als een open plattegrond. De indeling wordt bepaald door een houten scheeps-verhuisbox met een werkplek en een “American Kitchen” onder het ovale daklicht.
    In de voormalige kelder zijn een slaapkamer en badkamer gerealiseerd met daglicht via de bestaande koekoekramen. De brede middenzone in de kelder wordt gebruikt als atelier en krijgt daglicht via een drietal nieuwe gaten in de begane grond vloer. De gaten zijn afgedekt met beloopbare glasplaten en het doorzicht levert een spannende ruimtelijke verbinding tussen de woonruimte op de begane grond en het atelier in de kelder.

    foto’s: Loesje Praktijken en MATH architecten

  • Kiefhoek J.J.P. Oud, Rotterdam

    De Kiefhoek in de Rotterdamse wijk Bloemhof is het laatste en tevens bekendste woningbouwproject van architect J.J.P. Oud, dat hij in dienst van de Gemeentelijke Woningdienst Rotterdam heeft ontworpen. De Kiefhoek geldt algemeen als het plan waarin hij op de meest kenmerkende manier zijn specifieke ontwerpprincipes van herhaling, symmetrie en kleurtoepassing tot uitdrukking brengt. De wijk is in 1928/30 gebouwd en staat al kort na de oplevering nationaal en internationaal bekend als het voorbeeld van het “Nieuwe Bouwen”.
    In 1983 krijgt de wijk een grote onderhoudsbeurt, waarbij o.a. de oorspronkelijke houten kozijnen worden vervangen door kunststof, de houten boeiboorden door Trespa-beplating.
    Eén woonblok van acht woningen is door verzakking al in zodanige staat dat het bouwtechnisch niet te redden is. In 1988 krijgt Wytze Patijn opdracht tot reconstructie van dit woonblok aan het Hendrik Idoplein, zodat het stedebouwkundig geheel wordt veiliggesteld. Dit blok, waarin verschillende woningtypen uit een eerdere studie én een museumwoning zijn onderbracht, wordt het “laboratorium”voor de renovatie/restauratie voor de rest van de Kiefhoek. Ons bureau krijgt van Wytze Patijn de opdracht om besteksplan, werktekeningen en directievoering op zich te nemen.
    Het woonblok is in september 1990 opgeleverd. Na evaluatie van het proefproject wordt besloten om met rijks- en gemeentelijke subsidies de gehele wijk te reconstrueren. Voor deze oplossing is gekozen, omdat restauratie met behoud van casco onbetaalbaar bleek, gezien de staat van de woningen en met name de funderingen. Voor dit project is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met architect Wytze Patijn. Gezamenlijk wordt een reconstructieplan in 3 fasen ontworpen. Het plan is opgebouwd met de woningtypen die voor het proefproject van zes woningen aan het Hendrik Ido-blok zijn ontwikkeld. Voor bijzondere plekken in de bebouwing zijn nieuwe woningtypen ontworpen. Verder bevat het plan 2 bedrijfsruimten in de karakteristieke punten bij de entree van de wijk vanaf de Groene Hilledijk. Door samenvoeging van woningen tot nieuwe typen blijven er van de oorspronkelijke 290 woningen na reconstructie 190 over.

    foto’s: Fotografie Sonnega
    Collectie gem. archief Rotterdam

  • Woningen J.J.P. Oud, Hoek van Holland

    J.J.P. Oud (1890-1963) was één van de leidende architecten van het functionalisme dat zich in de twintiger jaren van de vorige eeuw in West-Europa ontwikkelde. Als lid van “de Stijl” probeerde hij de theoretische ideeën van deze beweging naar de praktijk van het bouwen over te brengen en was hij in al zijn werk voortdurend op zoek naar een synthese tussen rationalisme en esthetiek, techniek en kunst, traditie en experiment.
    In het complex van arbeiderswoningen en winkels in Hoek van Holland (ontwerp 1926) slaagde hij naar eigen zeggen het best om deze synthese, die hij “poëtisch functionalisme” noemde, tot stand te brengen. Het resultaat oogstte internationaal veel waardering niet alleen voor de expressieve vormgeving en het subtiele kleurgebruik, maar ook voor de kwaliteit van de woningplattegronden. Sommige critici roemden het al “wellicht het mooiste monument van de nieuwe architectuur”.
    In 1983 wordt het complex gerenoveerd, maar de problemen van vocht, scheurvorming en loslatend pleisterwerk in de gevels zijn daarmee niet opgelost. De gemeente Rotterdam, eigenaar van het complex, vraagt in 1994 aan architect Wytze Patijn om advies. In samenwerking met architektenburo Jaap van Kampen wordt in maart 1995 een advies voor gevelrestauratie uitgebracht. De gemeente draagt het complex over aan de woningbouwvereniging Hoek van Holland, die het al geruime tijd in beheer heeft. Zij geven opdracht voor een aanvullende, woontechnische studie. In verband met de kosten wordt besloten om de gevelrestauratie uit te voeren in combinatie met een beperkte onderhoudsingreep.
    Nader destructief onderzoek brengt aan het licht, dat de staat van de stalen gevelbalken zodanig is, dat herstel aanzienlijke meerkosten met zich meebrengt. Er wordt geconcludeerd dat een dergelijke investering in kleine woningen met een beperkte woontechnische toekomstwaarde niet verstandig is. In september 1996 wordt tot de “samenvoegvariant” besloten: hierbij blijven van de oorspronkelijke 42 woningen 24 over, waarvan 2 in voormalige winkels terzijde van de poort in het midden van het blok.
    De discussies over de toelaatbaarheid van een dergelijke ingreep en de toedeling van kosten nemen nagenoeg een jaar in beslag. Uiteindelijk kan in september 1998 met de uitvoering worden gestart.
    Belangrijke elementen van de ingreep op casco niveau zijn:
    – vervanging houten begane grondvloeren door schuimbeton
    – stalen dragers van gevelmetselwerk vervangen door beton
    – (zelfdragend) spouwblad in voorgevel / beton balk in achtergevel
    – volledig ontdoen van oude gevelpleisterlagen en vervolgens aanbrengen van een combinatie van buiten- en binnengevelisolatie
    Bouwhistorisch onderzoek tijdens de bouw bracht aan het licht dat de oorspronkelijke kleur van de gevel niet zozeer wit maar geelgrijs was. De nieuw opgebrachte minerale pleisterlaag heeft deze kleur. In één van de (winkel)-woningen zijn, in goed overleg met de bewoners, interieur-elementen en kleuren verwerkt, zoals bij onderzoek is aangetroffen.

  • Studentenhuis De Kerk, Rotterdam

    De voormalige kerk aan de Goudse Rijweg in Rotterdam is in de jaren ‘70 beschadigd door brand en daarna rigoureus omgebouwd tot studentencomplex. Daarbij zijn twee vleugels dwars op het schip gebouwd. MATH heeft een visie voor het complex gemaakt waarbij het gebouw in stappen kan worden opgewaardeerd en waarbij de oorspronkelijke architectonische kwaliteit van de Kerk beter tot zijn recht komt. Deze visie wordt gefaseerd uitgewerkt en uitgevoerd.
    In april 2018 werd gestart met de verbouw van het entreegebied en deze is inmiddels opgeleverd. Achter de met messing beklede entreedeur wordt het voormalig kerkportaal weer helemaal uitgelicht. De bouwdelen uit ’70 zijn bekleed met duurzaam bamboe, evenals de nieuwe separatie met de brievenkasten. Beiden verwijzen naar het oorspronkelijk houten meubilair in een kerk en contrasteren met het wit en grijs van de oorspronkelijke kerk. Frisse accentkleuren en een uitgekiend lichtontwerp maken het plan compleet: in de entreehal ontstaat een bijna mystieke sfeer.

  • Wooncomplex, Heindijk

    De renovatie van de plint maakte onderdeel uit van een groot-onderhoudsbeurt van het complex dat bestaat uit vier woongebouwen rondom twee binnenterreinen. Het complex verkeerde in een slechte staat. Naast het bouwkundig opknappen werd de opdracht gesteld om bij te dragen aan verbetering van het sociale klimaat.
    Na grondige analyse van zowel de gebouwen als de stedenbouwkundige situatie is in samenwerking met landschapsarchitecte Carin Jannink een totaalplan gemaakt. Hierbij hebben de verhuurbare ruimten in de plintstrook een belangrijke rol toebedeeld gekregen. De entrees worden gekenmerkt door robuustheid en transparantie. De bergingsgangen zijn uitgevoerd als circuits en op alle hoeken ontsloten. Op die manier zijn doodlopende gangen voorkomen en is het veiligheidsgevoel vergroot.
    De entreehallen van twee flats zijn verplaatst naar de kopzijde, waardoor deze nu aan het binnenterrein liggen. De entrees zijn uitgevoerd met een ruim bordes en voorzien van ruime dakoverstekken met een expressieve dakrand van UNP profiel. Het lijnenspel reageert op de gelaagdheid in de gevelvlakken van de flats. Ter plaatse van de trappenhuizen zijn beglaasde puien opgetrokken tot aan de hoogste dakrand, zodat de entree een imposantere uitstraling in het geheel heeft gekregen. Door het creëren van doorzicht in zowel horizontale als verticale richting is openheid bereikt.
    Voor het gehele complex is een kleur- en materiaalontwerp gemaakt. Basis hiervoor is een terughoudende kleurstelling in grijstinten met accenten in blauw en groen. De balustrades zijn afwisselend uitgevoerd in donkere spijlenhekken en opaalglas. Ter plaatse van de galerijeinden is groen of blauw glas toegepast. De betonnen spekbanden in de gevel, die zo kenmerkend zijn voor de flats uit deze periode zijn fris grijs-wit geschilderd.

  • Havenlicht, Pernis

    In opdracht van Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam hebben wij een (schematisch) plan opgesteld ten einde subsidie te verkrijgen voor de bouw van een “wijkservice-centrum” in Pernis. Na het toewijzen van subsidie in november 2003 kon dit plan verder worden ontwikkeld.

    De toewijzing behelsde één voorwaarde: oplevering uiterlijk einde 2004. Dit betekende dus verdere planvorming en realisatie binnen een tijdsbestek van iets meer dan een jaar. Een belangrijk aspect in de planning was het vermijden van een tijdrovende bestemmingsplanprocedure. Hoewel het aangewezen terrein erg krap bleek voor het gewenste programma, aanvaardden we dat de contour van het gebouw bepaald werd door de grenzen van het bestemmingsplan.

    Het zorgcentrum biedt onderdak aan een groepspraktijk voor huisartsen, een verpleegkundige, een consultatiebureau en een aantal multifunctionele ruimtes die gebruikt worden voor spreekuren van andere zorginstellingen, voor vergaderingen etc. Een opvallend element van flexibiliteit is de grote deur die al naar gelang het gewenste gebruik een andere “compartimentering” tot stand brengt.

    Het centrum heeft een interne verbinding met Verzorgingshuis Het Havenlicht gekregen, zodat de bewoners niet naar buiten hoeven om op een spreekuur te komen.

  • Woonzorgcomplex “De Schutse”, Rotterdam

    Veel verzorgingshuizen sluiten. De Drie Notenboomen, bekend van de succesvolle formules Thomashuizen en Herbergier, ontwikkelde samen met woningcorperatie SOR een nieuw huisvestingsconcept voor senioren. “De Zorgbutler” is een woonvoorziening waar zelfstandige ouderen zo lang mogelijk de regie over het eigen leven kunnen behouden. De zorg is altijd binnen handbereik, kenmerkt zich door kleinschaligheid en wordt georganiseerd en gefaciliteerd door zorgondernemers.
    Voor dit concept is het woonzorgcentrum De Schutse getransformeerd. In het flatgebouw uit de jaren ’60 zijn 123 zelfstandige en betaalbare appartementen voor ouderen gerealiseerd. Er zijn drie basistypen en op elke verdieping ligt een gezamenlijke huiskamer. In de plint zijn 15 appartementen voor “Thomas op Kamers”. Hier wonen mensen met een licht verstandelijke beperking zelfstandig onder het toeziend oog van een zorgondernemer die fungeert als begeleider, hospita en zorgverlener ineen.
    De Schutse gaat verder als “het Pietje Bell huis” en heeft een eigentijdse uitstraling gekregen. Oorspronkelijke kwaliteiten zijn in een nieuwe context geplaatst. De bestaande gevel is opnieuw geschilderd, waarbij de bestaande gelaagdheid beter tot zijn recht komt. De dubbele hoogte van de entreehal opent zich meer naar de straat. De donkere, gedateerde lifthal is getransformeerd naar een lichte, met daglicht overgoten, ruimte. In samenwerking met interieurontwerpster Danielle Lahou zijn de gemeenschappelijke verkeersruimten prachtig afgewerkt en roepen de associatie van een luxe hotel op. De gezamenlijke huiskamers zijn met zorg door de zorgondernemers zelf ingericht. Zij zijn immers de uiteindelijke dragers van het plan.

  • Villa, Reeuwijk

    Na de aankoop van hun droomlocatie aan de Oudkoopsedijk in Reeuwijk, vlakbij de Reeuwijkse plassen benaderden de opdrachtgevers ons bureau voor het ontwerp van een villa met atelier en werkruimte. Het langgerekte terrein bood schitterende vergezichten in het polderlandschap. Door het vierkante hoofdvolume diagonaal op het terrein te plaatsen werd voorkomen dat er een voortuin, twee smalle zijtuinen en een achtertuin ontstond. De tuin vouwt zich als het ware om de villa heen, restgebieden komen niet voor. Aan de dijkzijde zijn de gevels gesloten en aan de achterzijde, de zuidzijde zijn deze uitgevoerd als transparante puien. Het dak is zodanig op het vierkant geplaatst dat aan de zuidzijde twee hoge slaapkamers ontstaan met puien aan een balkon.
    Vanuit de villa beperkt het uitzicht zich niet tot het eigen erf, maar wordt grenzeloos het volledige landschap ervaren. Tuinarchitect Annemieke Fontein uit Rotterdam versterkte dit idee met een afgewogen landschapsontwerp. Met name de diagonale waterpartij beginnend bij het terras aan de woonkamer slaat een natuurlijke brug met het orthogonale polderlandschap.

  • Woonhuis Wittenburgerweg, Wassenaar

    Het woonhuis is onderdeel van een woonblok van vier, gebouwd in 1926 naar een ontwerp van architect P.J. Houbolt. Bij de ingrijpende verbouwing is de begane grond substantieel vergroot aan de achterzijde en zijn de verdiepingen aangepast, zodat er drie kinderslaapkamers met gezamenlijke badkamer op de tweede en derde verdieping ontstonden. Ook de hoofdslaapkamer op de eerste verdieping is een stuk vergroot en heeft een eigen badkamer.
    De gehele bestaande achtergevel met schoorsteen is gesloopt, zodat een maximale uitbouw naar achteren mogelijk werd. De ruime woonkeuken op de begane grond heeft een niveauverschil, waardoor deze gelijkvloers met de tuin ligt. Op de verdieping grenst de extra grote hoofdslaapkamer aan een terras. Om de zolderslaapkamer toegankelijk te maken, is boven in het trappenhuis een kleine spiltrap geplaatst. Daklichten brengen daglicht in het trappenhuis.
    Door het laten vervallen van het kleine kamertje boven de entree en het maken van een vide op deze plek, wordt de hal verbonden met de hoger gelegen overloop. Hierdoor is een ruime overzichtelijke traphal ontstaan. Het toepassen van daklichten en glasopeningen in de vloer brengt daglicht tot diep in het huis.
    Hoewel de ingreep zich kenmerkt door strakke detaillering en moderne materialisering, wordt harmonie met de oorspronkelijke architectuur verkregen door gebruik van degelijke houten puien, overstekken en profileringen als bestaand en de Statengroene kleurstelling in de gevel.

  • Pakhuis Oosthavenkade, Vlaardingen

    Dit voormalig pakhuis aan de Oosthavenkade moet aan het einde van de 19e eeuw gebouwd zijn door Paulus Kikkert en is een kopie van het gesloopte Kikkerts Tweeling pakhuis. Dit pakhuis deed de afgelopen decennia dienst als hengelsportwinkel. De vorige eigenaar was dan ook verantwoordelijk voor het inbrengen van een vide van 4 bij 9 meter midden in het gebouw. Hiervoor moest een groot deel van de oorspronkelijke houten standvinkconstructie wijken voor een stalen frame. De kap wordt gedragen door meerdere Philibertspanten.
    Naast voorstellen voor het uitvoeren van de nodige bouwkundige en constructieve verbeteringen is een ontwerp gemaakt om het gemeentelijke monument te herbestemmen tot woning.

  • ARZS, Salzburg

    Toen de familie Vonier ons benaderde om een advies over hun huisvesting in Salzburg te geven waren we direct enthousiast. De Rolls Royce restaurateurs en verzamelaars hebben in Dornbirn, Oostenrijk een museum met een verzameling van zo’n 100 oldtimers. In Salzburg wilden ze hun garagelocatie ombouwen tot een museum waarbij o.a. het restaureren van oldtimers centraal zou staan. De garage zou nog steeds een centrale rol moeten spelen. De locatie die een volledig bouwblok omvat bestaat uit een servicegarage met daarnaast enkele woongebouwen.

    Het project moet gefaseerd uitgevoerd kunnen worden zodat bij de planvorming rekening wordt gehouden met de amorfe bestaande gebouwstructuur. Het schetsontwerp bestaat uit een expositiegebouw dat zich richt op de boulevard aan de oostzijde. Het garage en service gedeelte aan de westzijde wordt ontsloten vanaf de Wilhelminastrasse. In het expositiegedeelte zijn drie opslagtorens opgenomen die naast stalling ook als expositie dienen van de historische klassiekers. Een razendsnelle lift haalt en brengt de auto’s van en naar de gewenste positie. Dit geeft een dynamisch karakter aan het interieur van het museum en is beeldbepalend voor het uiterlijk van het gebouw.

    Tijdens verkennende gesprekken met de gemeente Salzburg kwam de behoefte naar voren om allereerst een visie te maken voor de inpassing in het masterplan “Bahnhof Nord”.

  • Villa Bremhorstlaan, Wassenaar

    Tussen de nieuwe Bloemcampschool aan de Bloemcamplaan en de vaak dubbele woonvillas aan de Wittenburgerweg in Wassenaar is een rechthoekige locatie beschikbaar voor een kleine vrijstaande villa. In 2014 is een ontwerp gemaakt dat zich moeiteloos voegt in de veelheid aan villa-typologieën die kenmerkend zijn voor deze wijk.
    Het vertrappende orthogonale blok past binnen de grenzen van de bebouwingscontour die is vastgelegd in het bestemmingsplan. Aan de zuidoostzijde vormt een 2 meter hoge muur de afscheiding met de naastgelegen school en aan de straat biedt een elektrische poort toegang tot het perceel. In de zone tussen de muur en het bebouwingsvlak van 4,2 meter breed bevindt zich de inrit. De woning bestaat uit twee lagen en een kelderverdieping. Op begane grond liggen de entreehal met trappenhuis, de woonkamer en de keuken met oriëntatie op de omliggende tuin. Op de verdieping worden de slaapkamers ontsloten via een ruime lichte overloop. In de middenstrook is het platte dak opgetild tot ca 3,5 meter hoogte. Op de hoogste dakstrook worden PV panelen aangebracht. In de kelder bevinden zich de technische installaties, de wasruimte, opslag en een hobbyruimte. De kelder is toegankelijk vanuit de entreehal, maar heeft ook een buitentrap en directe toegang naar buiten. De begane grond heeft plaatselijk een klein overstek.
    De woning wordt uitgevoerd met een elektrische warmtepomp met bodemwisselaar. De warmte wordt aan de verblijfsruimte afgegeven door vloerverwarming. Er is een mechanisch gebalanceerd toe- en afvoer ventilatiesysteem voorzien (Climalevel) met warmteterugwinning (WTW).
    De kelder en de begane grondvloer worden uitgevoerd in beton, gemetselde muren dragen de betonnen verdiepingsvloer. De verdieping is verder opgetrokken in houtskeletbouw met platte daken en houten balklagen.
    Een veelheid aan raamopeningen en puien is opgenomen in de volledig beplankte gevel. Hiervoor wordt een zogenaamde open beplanking toegepast waarbij in een vast maatsysteem planken met kleine verticale open naden worden aangebracht. De gebruikte houtsoort is Midden Europees Douglas. De beeldbepalende planken en lamellen zijn met een semi-transparante lichtgrijze coating afgewerkt. Op sommige plaatsen wordt de beplanking voor de glasvlakken doorgezet in de vorm van staande lamellen. Hiermee kan lichttoetreding, inkijk en zonbelasting worden gedoseerd. De aluminium puien en ramen zijn terugliggend in de gevel geplaatst en hebben een donker grijze metallic coating.

  • Herenhuis Weteringschans, Amsterdam

    In het kader van een splitsing en modernisering van een herenhuis in het beschermde stadsgezicht van Amsterdam is aan de achterzijde een uitbreiding over drie verdiepingen ontworpen. In overleg met de welstand is het naastliggend buurpand in het ontwerp meegenomen, waarbij de oorspronkelijke karakteristieke architectuur het uitgangspunt is.

  • Studentenwoningen Prinsengrachthofje, Den Haag

    Den Haag telt 115 hofjes, waarvan vele op de monumentenlijst staan. Het Prinsengrachthofje is een exploitatiehofje uit de 19e eeuw. Toen Arcade Mensen en Wonen het hofje overnam van de gemeente was het in verwaarloosde staat en bleek de houten fundering ernstig te zijn aangetast. Voor de redding was een grondige aanpak nodig. Begin 2007 benaderde Arcade ons bureau voor een haalbaarheidsonderzoek naar mogelijke typen woningen in de verouderde onder- en bovenwoningen. Dit resulteerde in 21 studentenwoningen: 10 op de begane grond en 11 bovenwoningen, waarvan één videwoning gelegen boven de gezamenlijke fietsenberging. Door de trappen 180 graden te draaien zijn zowel functioneel als ruimtelijk, efficiënte en compacte woningen ontstaan die met een “normale” trap te bereiken waren.

    Het contact met Monumentenzorg vanaf de beginfase, heeft tot een langdurige en vruchtbare samenwerking geleid, waarbij ook de complicaties die de brandveiligheid (nieuwbouweisen) met zich meebracht het hoofd werden geboden. In het najaar van 2009 is gestart met de algehele renovatie en restauratie. De sloop van de achtergevels, de daken en de beganegrondvloer gaven het complex lange tijd het aanzien van een ruïne. Met veel zorg en vakkundigheid zijn de woningen inmiddels weer opgebouwd. We durven gerust te stellen dat eind 2010 de mooiste studentenwoningen van Den Haag zijn opgeleverd.

  • Reconstructie Mercatorplein, Amsterdam

    Het Mercatorplein, gebouwd in de jaren twintig van de vorige eeuw, komt van de tekentafel van H.P. Berlage. Hij heeft o.a. de “zusterblokken” aan de noord- en zuidwand ontworpen, die met hun toren en poortgebouw de stedebouwkundige afsluiting van de assen van de Hoofdweg vormen. Vanwege de bouwvallige staat is de toren van de noordwand in 1961 gesloopt. Binnen het stadsvernieuwingsplan Mercatorplein en omgeving van 1993 in oorspronkelijke staat gereconstrueerd.
    Woningbouwvereniging Het Oosten schakelde architect Wytze Patijn in voor de herbouw. In samenwerking met MATH werd een reconstructieplan ontworpen voor 24 koopwoningen, 9 bedrijfsruimten en een horeca-vestiging. Op de verdiepingen zijn 21 koopappartementen en 1 maisonette ondergebracht en in de toren 2 gestapelde woningen.
    Een grote glazen lift verbindt de verdiepingen en zorgt voor extra lichttoevoer tot onder in de poortzone, waar ook de hoofdentree van de woningen is gesitueerd. Door toepassing van veel glas op die plek is er veel “sociale controle” mogelijk, met de bedoeling vandalisme te ontmoedigen. De gevels zijn volledig in ere hersteld, inclusief herplaatsing van de originele tufstenen ornamenten, de plint van syeniet en de gecanneluurde toren.

    Achter de gevels voegen de binnenruimtes zich naar de originele raampartijen. Dit zet zich door naar het binnenterrein, waar met gestucte gevels de volumes worden afgemaakt. De woningen kenmerken zich door een ruime entree en hebben veelal een “rondloop-circuit”.
    Het dakterras van de hoogste torenwoning geeft een weids uitzicht over Amsterdam.

  • Politiekantoor Allegonda Gremmer, Rotterdam

    Het politiebureau dateert uit 1956 en is een interessant stukje “wederopbouw-architectuur”, ontworpen door architect L. Voskuyl van Gemeentewerken Rotterdam. Na de renovatie, die in 2002 werd afgerond vormt dit gebouw samen met een nieuwe aanbouw één geïntegreerd complex. Het vervult een overloopfunctie voor het politie- bureau aan het Marconiplein.

    Wytze Patijn vroeg MATH om onder zijn supervisie de plan-ontwikkeling op zich te nemen.
    Beeldbepalend motief bij het ontwerp is dat in het interieur het bestaande gebouw in zijn materialisering herkenbaar is. De oorspronkelijke buitengevel met zijn karakteristieke loggia-over-twee-verdiepingen is gehandhaafd. Om het ruimtelijke effect van deze ingreep te ondersteunen is de begane grond plaatselijk twee verdiepingen hoog. Op deze plaats is daardoor een centraal “ontmoetingsplein” ontstaan dat door een glasgevel over twee verdiepingen visueel met het binnenterrein is verbonden. Loopbruggen over een vide koppelen het nieuwe bouwdeel aan het oorspronkelijke gebouw.
    We waren verantwoordelijk voor het bouwkundig ontwerp, de algemene project-coördinatie en de directievoering tijdens de uitvoering.

  • Appartementen Kanaalstraat, Amsterdam

    Dit bijzondere pand in de Amsterdamse Overtoombuurt was ten tijde van aankoop in slechte staat.
    Fundering, vloeren en gevels dienden grondig te worden gerenoveerd. De huurappartementen waren volledig uitgewoond.
    Het pand is gesplitst, waarbij de drie appartementen, inclusief installaties, volledig zijn vernieuwd. Het klassieke trappenhuis bleef behouden, maar het pand heeft wel een nieuwe fundering en begane grondvloer gekregen. De verdiepingsvloeren zijn opgewaardeerd waardoor ze voldoen aan de huidige eisen van brand- en geluidwering. Het appartement op de begane grond is aan de achterzijde uitgebouwd en voor het bovenste appartement is het dak toegankelijk gemaakt. Vanaf het terras heeft men een fraai uitzicht over de stad.
    De voorgevel, met een monumentenstatus, is met zorg gerestaureerd. Daarbij zijn de nieuwe vertikale schuiframen in het werk pas gemaakt en in de bestaande scheluw kozijnen geplaatst, zonder dat aan het monumentale beeld enige concessie is gedaan.

  • Radex Innovation Centre, Delft

    De Delftse ondernemer Alfons Hülsenbeck nam het initiatief om een starterscentrum op te zetten voor afgestudeerden aan de TU Delft. In samenwerking met de gemeente Delft, die zich als ‘kennis-stad’ wilde profileren en hoogwaardige technologie wilde koppelen aan hoogwaardige werkgelegenheid, kwam RADEX tot stand. In 1992 werd het centrum feestelijk geopend. De formule sloeg aan: al spoedig moesten veel aspirant-ondernemers naar een wachtlijst worden verwezen.

    Nadat wij in 1996 al studies voor uitbreiding hadden gedaan, kregen wij in 1998 opdracht voor het ontwerp van fase II. De nodige planuitwerking liep wat vertraging op, maar in 2002 startte de bouw. Fase II is in juli 2003 opgeleverd.

    Door in materialisering, detaillering en kleurstelling aan te sluiten bij de eerste fase is bewust gezocht naar eenduidige expressie van het totale complex d.w.z. één waarbij de verschillende bouwfases alleen bij “inzoomen” nog te herkennen zijn. Het succes van de formule leidde mede tot latere ontwikkelingen in de nabije omgeving, zoals het Delftech-park en het in ontwikkeling zijnde “Technopolis”.

    Fase III betreft het ontwerp van een grote kantineruimte op het dak van Radex I.

  • Coolhavengebouw, Rotterdam

    Stadswonen is bezig met het opwaarderen van een aantal studentencomplexen. De entree en de onderdoorgang van het studentenhuis Coolhaven zijn in 2016 onaangename ruimten. Op basis van een aantal wensen van de bewoners is in het ontwerp transparantie, kleur en sfeer gecombineerd met een functioneel materiaalgebruik.
    Glas, akoestische panelen voorzien van eikenfineer, lichte kleuren op de wanden en een uitgekiende verlichting heeft de entreehal getransformeerd van een onaangename donkere ruimte in een lichte en warme entreehal. De grote spiegel boven de postkasten verbreedt daarbij visueel de smalle entree en reflecteert de wand met geschilderde contourlijnen van Rotterdam. In de onderdoorgang zijn zowel het plafond als wanden gedeeltelijk bekleed met Bankirai planken en is een goede verlichting aangebracht. De woningentree’s vallen op door de fris groene kleur, de containers staan verborgen achter geperforeerd stalen schermen. De onderdoorgang wordt door een nieuw hekwerk afgesloten waarin de gebouwnaam is opgenomen.
    In de eindfase van de verbouwing wordt bij het verwijderen van de grove naamplaat duidelijk waarom deze zo is overgedimensioneerd: het heeft jarenlang het oorspronkelijke “van den toorn ijzerwaren” aan het oog onttrokken. In plaats van het verleden van het pand opnieuw te verdoezelen hebben we voor het effect van maskering gekozen. Op het eerste gezicht ziet men alleen “studentenhuis Coolhaven” in losse letters op de gevel. Maar als men nauwkeuriger kijkt ziet men de historie van het pand er vaag achter doorschijnen.

  • Woonhuis Kalkhoven, Handel

    In 2010 is een aanvang gemaakt met het ontwerp voor de uitbreiding van het familiehotel Handelia, in het kleinschalige bedevaartsoord Handel in Noord Brabant. Na aankoop van een terrein aan de noordzijde werd het mogelijk om toegang van het hotel naar het achterterrein te verplaatsen en te combineren met een ruime parkeermogelijkheid, een opslaggebouw en een woning voor de beheerder.
    Deze drie onderdelen zijn in samenhang ontworpen met het witgeschilderde karakteristieke hotel. Aansluitend op de bestaande bouwvolumes is gekozen voor zadeldaken, waardoor het gebouw-ensemble opgaat in de dorpse architectuur. Er is gekozen voor een contrasterende bruingrijze metselsteen, waardoor een dynamisch kleur- en materiaalpalet ontstaat.
    Het woonhuis dat op het meest oostelijke deel van het terrein ligt, sluit aan op de verkaveling van het woonwijkje Kalkhoven. Het huis is zodanig ontworpen, dat de woonruimten voldoende privacy hebben ten opzichte van de hoteltuin, maar dat er wel zicht en controle op het hotel mogelijk blijft. De woonruimten zijn als L-vorm rond de privétuin op de begane grond geplaatst. De slaapkamers bevinden zich allen op de verdieping onder de 45-graden kap. Centraal in het huis is een open trap geplaatst, die tot in de nok reikt. Meerdere schuifpanelen bieden de mogelijkheid om woonruimten met elkaar te verbinden.
    De woning is uitgevoerd met vloerverwarming, welke wordt gevoed door een warmtepomp-installatie. De warmtepomp is gekoppeld aan aardwarmte en een energiedak. Met 16 m2 PV-panelen op het platte dak wordt elektriciteit opgewekt.