• De Kristal, Nesselande

    De Kristal is een carré-vormig woongebouw met ca 200 ouderenwoningen rondom een binnenhof en ligt in de Vinex-wijk Nesselande. In de plintzone van het gebouw zijn diverse maatschappelijke faciliteiten ondergebracht waaronder een gezondheidscentrum, een buurtcentrum en een bibliotheek. Door veranderingen in het gebruik bestaat de behoefte om na te denken over herontwikkeling van de plintzone. 

    Op verzoek van eigenaar SOR en Humanitas is een plan gemaakt waarbij in de plintzone van het woongebouw een uitbreiding kan worden gerealiseerd van de bestaande groepswoningen tot een volwaardig zorgcentrum met 60 woonstudio’s verdeeld over 6 groepswoningen.

    De vloer van de bestaande binnenhof op de eerste verdieping wordt voor een gedeelte verwijderd zodat op de begane grond een nieuw drielaags woonblok kan worden geplaatst. Het rechthoekige bouwblok dient licht te worden geconstrueerd en is opgebouwd in prefab Houtskeletbouw. Hierdoor kan het gebouw in relatief korte tijd worden gerealiseerd.  

    De binnenhof op de eerste verdieping wordt weelderig groen ingericht en goed toegankelijk voor alle bewoners. De patio’s op de begane grond zijn specifiek voor de groepswoningen bestemd en bieden daglicht voor alle ruimten die hieraan grenzen.

    Het nieuwe blok voegt zich in de architectuur van het omsluitende strakke en glasachtige woongebouw door gebruik van identieke materialen en hoogwaardige detaillering. De gevels worden voorzien van grote raampartijen en de dichte gevelvlakken worden met vezelcement delen afgewerkt. De dakvlakken krijgen een mos-sedum bedekking.

  • Felix Meritis, Amsterdam

    Het neoclassicistische pand aan de Keizersgracht van de gelijknamige Maatschappij Felix Meritis is in 1787 door Jacob Otten Husly ontworpen. Onder invloed van de verlichtingsidealen werden vijf verschillende departementen in één gebouw ondergebracht: de departementen voor muziek, koophandel, letterkunde, natuurkunde en tekenkunde. Het werd een meesterwerk dat – ondanks het gebruik als drukkerij, een brand uit 1932, de roerige jaren met het CPN-hoofdkantoor en het Shaffytheater – nog altijd tot een van de mooiste monumentale bouwwerken in Amsterdam gerekend kan worden.

    Eind 2014 lukte het investeerder Amerborgh om Felix Meritis te verwerven. In een competitie met geduchte concurrenten werd hun inzending voor een nieuw cultuurhuis door de gemeente Amsterdam als beste beoordeeld. MATH maakte deel uit van het team van specialisten die het “bid” hebben voorbereid en was verantwoordelijk voor de architectonische visie en een bouwkundig plan van aanpak voor de renovatie/restauratie. In de jaren daarna werden de plannen uitgewerkt tot een volwaardig architectonisch ontwerp, op 16 maart 2017 is de bouwvergunning verleend en in 2017 is gestart met de uitvoering.

    Het gebouw, bestaande uit een carré-vormige voorbouw en een ovale achterbouw met ertussen een verbindend trappenhuis, huisvestte de gestapelde zalen. Het goedgekeurde ontwerp respecteert dit gebouwconcept waarbij iedere zaal een eigen karakteristiek heeft. Herstel van de oorspronkelijke gebouwcontour biedt kans om de nodige gebouwinstallaties onder de nieuwe dakkap buiten het zicht in te bouwen. De voormalige – maar door de jaren heen dichtgeslibde – patio’s worden weer herkenbare lichthoven, overkapt door hoogwaardige glasdaken. Er worden nieuwe sanitaire groepen geplaatst en de brandveiligheid wordt verbeterd. De nog aanwezige monumentale onderdelen worden hersteld en zijn bepalend voor met name Concertzaal en Zuilenzaal. Ook de entreehal, voormalige ontvangstkamers en het trappenhuis behouden het oorspronkelijke karakter. De hoger gelegen zalen zijn steeds moderner van aanpak waardoor de architectuur in het gebouw een reis door de tijd is.In de zalen worden de nieuwe installaties zorgvuldig ingepast en tal van geluidwerende en akoestische maatregelen getroffen, zodat deze ruimtes aan de huidige gebruikseisen voldoen.

    i29 tekent voor het nieuwe interieur, waarbij elke zaal een eigen karakter en sfeer krijgt. Zoals ook in 1787 elk departement een eigen invulling had.

    Project: Felix Meritis, Amsterdam 

    Opdrachtgever: Amerborgh Monumenten / Amerpodia

    Adres: Keizersgracht 324, Amsterdam

    Uitvoering: 2017-2020

    Architect: MATH architecten

    Interieurontwerp: i29 interiorarchitects

    Restauratieadvies: Verlaan & Bouwstra architecten

    Bouwhistorisch onderzoek: De Fabryck

    Historisch kleuronderzoek: Judith Bohan

    Conceptontwikkeling: Marcia Sookha

    Bouwmanagement: B3 Bouwadviseurs 

    Aannemer: Jurriëns, Utrecht

    Interieurbouwer: Stooff interior projects

    Installatieadviseur: Huisman & Van Muijen

    W Installaties: Easy Controls

    E Installaties: Mega Elektra

    Constructeur: SID Studio

    Akoestisch adviseur: Peutz / Level acoustics & vibration

    Lichtontwerp: Lichtconsult

    Fotografie: Ewout Huibers, MATH architecten

  • Politiebureau, Lansingerland

    Het politiebureau van Berkel en Rodenrijs, oorspronkelijk gebouwd als rijkspolitiepost met twee dienstwoningen, was in 2007 sterk verouderd. Door fusie van gemeenten Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek tot de gemeente Lansingerland met een verwacht inwonersaantal van ca. 70.000 mensen in 2015 was er bovendien behoefte aan uitbreiding van het politiebureau. MATH architecten kreeg in 2008 de opdracht om het bestaande pand te renoveren en uit te breiden.

    Het ontwerp voegt zich qua typologie en afmeting in de bestaande bebouwingsreeks aan de Raadhuislaan en de laan van Romen. Om het nieuwe politiebureau als één bouwvolume te ervaren hebben de gevels van zowel de oud- als nieuwbouw dezelfde materialisatie. Het pand heeft forse kozijnkaders en dakranden en een gevelbeplating met grijs-groene natuursteenkorrels in twee gradaties. De robuuste gevel maakt bij de entrees en publieksruimten plaats voor een transparante glasgevel.
    De bouwwerkzaamheden moesten worden uitgevoerd terwijl het politiebureau bleef functioneren. In de hoofdopzet van het ontwerp is hier rekening mee gehouden: in het nieuwbouwgedeelte zijn alle kerntaken gesitueerd, in de voormalige woningen liggen de ondersteunende functies en in het voormalig rijkspolitiebureau de aanvullende functies. Met deze opzet kon de politie in elke fase van de bouw haar kerntaken blijven uitvoeren.
    Een heldere en effectief functionerende indeling is voor de politie, die snel moet kunnen reageren en uitrukken, een eerste vereiste. De plattegrond van het gebouw is georganiseerd rond een hoge hal, centraal gelegen tussen oud- en nieuwbouw. Door daklichten wordt deze hal helder verlicht. Glazen puien rond de hal zorgen voor visueel contact tussen de publieksentree, de werkruimten, de uitrukgarderobe, de briefingruimte en de kantine.
    Het pand heeft een hoge mate van flexibiliteit, de veranderingen binnen de overheidsdiensten volgen elkaar immers in snel tempo op. Zo is in de bouwperiode het gebouw aangepast om plaats te bieden aan de nieuwste ontwikkeling: een 3-D aangifteruimte.

    Foto’s: W.K. Mounier, MATH architecten

  • GEB-toren, Rotterdam

    De eerste “wolkenkrabber” in Nederland uit 1931 is, ondanks desastreuze verbouwingen in de jaren ’70 en ’90, een prominent rijksmonument in Rotterdam. In het kader van een opwaardering van meerdere studentenhuizen vraagt Stadswonen ons in 2016 om een ontwerp te maken voor beide entrees en achterliggende ruimten.
    Een terugbrengen van de oorspronkelijke entrees is, door de functieverandering, niet mogelijk. Bovendien heeft de opdrachtgever de uitdrukkelijke wens om het ontwerp zo open en transparant mogelijk te maken, zodat het “zowel recht doet aan het monumentale karakter van het pand alsook de jonge bewoners voldoende representeert”.
    In ons ontwerp proberen we weer recht te doen aan de structuur van het oorspronkelijke gebouw. De originele gevelplastiek wordt in ere hersteld, de bijzondere kolomstructuur wordt weer herkenbaar. De lift- en trappenhal wordt ontdaan van alle – later aangebrachte – tussenpuien, waarbij de prachtige Engelse trap opnieuw een prominente plaats krijgt. Het open studiecentrum krijgt door een vide weer direct daglicht en is een verwijzing naar de publiekshal van weleer. Een nieuwe trap maakt een directe verbinding naar de bewonersruimte op de eerste verdieping en het gemeenschappelijk dakterras.
    De volgebouwde nevenentree, oorspronkelijk een doorrit voor auto’s naar de achtergelegen expeditieruimte, wordt aan de binnenzijde ingrijpend verbouwd. De opdrachtgever is bereid om hiervoor één woning op te offeren, waardoor de entreehal de oorspronkelijke breedte van de doorrit krijgt. Op de achterwand komt een wandvullende afbeelding met perspectief, waardoor extra diepte wordt gesuggereerd.
    In de materialisering worden de bouwdelen die binnen de oorspronkelijke structuur vallen hoogwaardig maar sober gehouden: de grijs-witte kleurstelling uit de beginjaren komt terug. Toevoegingen die niet tot de oorspronkelijk structuur behoren, zoals het nieuwe element met de trappen en de verschillende vaste meubels, krijgen een frisse materiaal- en kleurafwerking.
    Veranderende inzichten bij de opdrachtgever hebben geleidt tot een aanpassing van de “uitvraag” voor de GEB-toren. Hierbij ligt de nadruk op het verbeteren van de uitstraling en het monumentale karakter aan de buitenzijde. Ook zijn de andere gebouw-entrees aan de opdracht toegevoegd en wordt het mogelijk gebruik van de kelder door herstel van de oorspronkelijke koekoeken onderzocht.

  • Kiefhoek J.J.P. Oud, Rotterdam

    De Kiefhoek in de Rotterdamse wijk Bloemhof is het laatste en tevens bekendste woningbouwproject van architect J.J.P. Oud, dat hij in dienst van de Gemeentelijke Woningdienst Rotterdam heeft ontworpen. De Kiefhoek geldt algemeen als het plan waarin hij op de meest kenmerkende manier zijn specifieke ontwerpprincipes van herhaling, symmetrie en kleurtoepassing tot uitdrukking brengt. De wijk is in 1928/30 gebouwd en staat al kort na de oplevering nationaal en internationaal bekend als het voorbeeld van het “Nieuwe Bouwen”.
    In 1983 krijgt de wijk een grote onderhoudsbeurt, waarbij o.a. de oorspronkelijke houten kozijnen worden vervangen door kunststof, de houten boeiboorden door Trespa-beplating.
    Eén woonblok van acht woningen is door verzakking al in zodanige staat dat het bouwtechnisch niet te redden is. In 1988 krijgt Wytze Patijn opdracht tot reconstructie van dit woonblok aan het Hendrik Idoplein, zodat het stedebouwkundig geheel wordt veiliggesteld. Dit blok, waarin verschillende woningtypen uit een eerdere studie én een museumwoning zijn onderbracht, wordt het “laboratorium”voor de renovatie/restauratie voor de rest van de Kiefhoek. Ons bureau krijgt van Wytze Patijn de opdracht om besteksplan, werktekeningen en directievoering op zich te nemen.
    Het woonblok is in september 1990 opgeleverd. Na evaluatie van het proefproject wordt besloten om met rijks- en gemeentelijke subsidies de gehele wijk te reconstrueren. Voor deze oplossing is gekozen, omdat restauratie met behoud van casco onbetaalbaar bleek, gezien de staat van de woningen en met name de funderingen. Voor dit project is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met architect Wytze Patijn. Gezamenlijk wordt een reconstructieplan in 3 fasen ontworpen. Het plan is opgebouwd met de woningtypen die voor het proefproject van zes woningen aan het Hendrik Ido-blok zijn ontwikkeld. Voor bijzondere plekken in de bebouwing zijn nieuwe woningtypen ontworpen. Verder bevat het plan 2 bedrijfsruimten in de karakteristieke punten bij de entree van de wijk vanaf de Groene Hilledijk. Door samenvoeging van woningen tot nieuwe typen blijven er van de oorspronkelijke 290 woningen na reconstructie 190 over.

    foto’s: Fotografie Sonnega
    Collectie gem. archief Rotterdam

  • Woningen J.J.P. Oud, Hoek van Holland

    J.J.P. Oud (1890-1963) was één van de leidende architecten van het functionalisme dat zich in de twintiger jaren van de vorige eeuw in West-Europa ontwikkelde. Als lid van “de Stijl” probeerde hij de theoretische ideeën van deze beweging naar de praktijk van het bouwen over te brengen en was hij in al zijn werk voortdurend op zoek naar een synthese tussen rationalisme en esthetiek, techniek en kunst, traditie en experiment.
    In het complex van arbeiderswoningen en winkels in Hoek van Holland (ontwerp 1926) slaagde hij naar eigen zeggen het best om deze synthese, die hij “poëtisch functionalisme” noemde, tot stand te brengen. Het resultaat oogstte internationaal veel waardering niet alleen voor de expressieve vormgeving en het subtiele kleurgebruik, maar ook voor de kwaliteit van de woningplattegronden. Sommige critici roemden het al “wellicht het mooiste monument van de nieuwe architectuur”.
    In 1983 wordt het complex gerenoveerd, maar de problemen van vocht, scheurvorming en loslatend pleisterwerk in de gevels zijn daarmee niet opgelost. De gemeente Rotterdam, eigenaar van het complex, vraagt in 1994 aan architect Wytze Patijn om advies. In samenwerking met architektenburo Jaap van Kampen wordt in maart 1995 een advies voor gevelrestauratie uitgebracht. De gemeente draagt het complex over aan de woningbouwvereniging Hoek van Holland, die het al geruime tijd in beheer heeft. Zij geven opdracht voor een aanvullende, woontechnische studie. In verband met de kosten wordt besloten om de gevelrestauratie uit te voeren in combinatie met een beperkte onderhoudsingreep.
    Nader destructief onderzoek brengt aan het licht, dat de staat van de stalen gevelbalken zodanig is, dat herstel aanzienlijke meerkosten met zich meebrengt. Er wordt geconcludeerd dat een dergelijke investering in kleine woningen met een beperkte woontechnische toekomstwaarde niet verstandig is. In september 1996 wordt tot de “samenvoegvariant” besloten: hierbij blijven van de oorspronkelijke 42 woningen 24 over, waarvan 2 in voormalige winkels terzijde van de poort in het midden van het blok.
    De discussies over de toelaatbaarheid van een dergelijke ingreep en de toedeling van kosten nemen nagenoeg een jaar in beslag. Uiteindelijk kan in september 1998 met de uitvoering worden gestart.
    Belangrijke elementen van de ingreep op casco niveau zijn:
    – vervanging houten begane grondvloeren door schuimbeton
    – stalen dragers van gevelmetselwerk vervangen door beton
    – (zelfdragend) spouwblad in voorgevel / beton balk in achtergevel
    – volledig ontdoen van oude gevelpleisterlagen en vervolgens aanbrengen van een combinatie van buiten- en binnengevelisolatie
    Bouwhistorisch onderzoek tijdens de bouw bracht aan het licht dat de oorspronkelijke kleur van de gevel niet zozeer wit maar geelgrijs was. De nieuw opgebrachte minerale pleisterlaag heeft deze kleur. In één van de (winkel)-woningen zijn, in goed overleg met de bewoners, interieur-elementen en kleuren verwerkt, zoals bij onderzoek is aangetroffen.

  • Studentenhuis De Kerk, Rotterdam

    De voormalige kerk aan de Goudse Rijweg in Rotterdam is in de jaren ‘70 beschadigd door brand en daarna rigoureus omgebouwd tot studentencomplex. Daarbij zijn twee vleugels dwars op het schip gebouwd. MATH heeft een visie voor het complex gemaakt waarbij het gebouw in stappen kan worden opgewaardeerd en waarbij de oorspronkelijke architectonische kwaliteit van de Kerk beter tot zijn recht komt. Deze visie wordt gefaseerd uitgewerkt en uitgevoerd.
    In april 2018 werd gestart met de verbouw van het entreegebied en deze is inmiddels opgeleverd. Achter de met messing beklede entreedeur wordt het voormalig kerkportaal weer helemaal uitgelicht. De bouwdelen uit ’70 zijn bekleed met duurzaam bamboe, evenals de nieuwe separatie met de brievenkasten. Beiden verwijzen naar het oorspronkelijk houten meubilair in een kerk en contrasteren met het wit en grijs van de oorspronkelijke kerk. Frisse accentkleuren en een uitgekiend lichtontwerp maken het plan compleet: in de entreehal ontstaat een bijna mystieke sfeer.

  • Politiebureau, Ridderkerk

    MATH architecten werd in 2013 geselecteerd om politiebureau Ridderkerk te renoveren. Het ontwerpvoorstel met plan van aanpak werd verkozen als winnaar in een besloten competitie. In de loop van 2014 werd het renovatieplan voor dit politiebureau verder uitgewerkt.
    Onderdeel van de opgave was om de traditionele kantoorindeling met gangen en kamers om te bouwen naar een meer flexibel en open kantoorconcept: het ‘Activiteiten Gericht Huisvesten’. Het gebouw van architect Groosman uit de jaren 80 leende zich, door de modulaire opbouw en een constructie met dragende gevels en een dragende middenstrook, uitstekend voor dit kantoorconcept. In het nieuwe bureau is de middenstrook gebruikt als facilitaire zone met diverse plekken voor overleg, afgescheiden door een houten lamellenwand. Door de variabele lamelafstand zijn open en gesloten plekken gecreëerd, die elk hun eigen inrichting en sfeer hebben. In de zones aan de gevels liggen de flexplekken in een open opstelling, afgewisseld met vides. De vides naar publiekshal en dienstentree zijn voorzien van glazen wanden, zodat er wel visueel contact maar geen geluidsoverlast is. In het kantoorgedeelte, waar veel aandacht is besteed aan de akoestiek, zijn verschillende meubels ontworpen die op maat zijn geproduceerd.
    Voor de installaties van de nieuwe hybride klimaatplafonds is de dakopbouw uitgebreid en heeft het gebouw een nieuw dak met overstek gekregen. De gevels zijn grondig aangepakt en het gedateerde jaren ’80 karakter is verdwenen. De oorspronkelijk rode en oranje kleuraccenten hebben plaatsgemaakt voor staal en glas met een frisse blauwe kleurstelling.
    Begin maart 2016 is het politiebureau feestelijk geopend.

  • Wooncomplex, Heindijk

    De renovatie van de plint maakte onderdeel uit van een groot-onderhoudsbeurt van het complex dat bestaat uit vier woongebouwen rondom twee binnenterreinen. Het complex verkeerde in een slechte staat. Naast het bouwkundig opknappen werd de opdracht gesteld om bij te dragen aan verbetering van het sociale klimaat.
    Na grondige analyse van zowel de gebouwen als de stedenbouwkundige situatie is in samenwerking met landschapsarchitecte Carin Jannink een totaalplan gemaakt. Hierbij hebben de verhuurbare ruimten in de plintstrook een belangrijke rol toebedeeld gekregen. De entrees worden gekenmerkt door robuustheid en transparantie. De bergingsgangen zijn uitgevoerd als circuits en op alle hoeken ontsloten. Op die manier zijn doodlopende gangen voorkomen en is het veiligheidsgevoel vergroot.
    De entreehallen van twee flats zijn verplaatst naar de kopzijde, waardoor deze nu aan het binnenterrein liggen. De entrees zijn uitgevoerd met een ruim bordes en voorzien van ruime dakoverstekken met een expressieve dakrand van UNP profiel. Het lijnenspel reageert op de gelaagdheid in de gevelvlakken van de flats. Ter plaatse van de trappenhuizen zijn beglaasde puien opgetrokken tot aan de hoogste dakrand, zodat de entree een imposantere uitstraling in het geheel heeft gekregen. Door het creëren van doorzicht in zowel horizontale als verticale richting is openheid bereikt.
    Voor het gehele complex is een kleur- en materiaalontwerp gemaakt. Basis hiervoor is een terughoudende kleurstelling in grijstinten met accenten in blauw en groen. De balustrades zijn afwisselend uitgevoerd in donkere spijlenhekken en opaalglas. Ter plaatse van de galerijeinden is groen of blauw glas toegepast. De betonnen spekbanden in de gevel, die zo kenmerkend zijn voor de flats uit deze periode zijn fris grijs-wit geschilderd.

  • Woonzorgcomplex “De Schutse”, Rotterdam

    Veel verzorgingshuizen sluiten. De Drie Notenboomen, bekend van de succesvolle formules Thomashuizen en Herbergier, ontwikkelde samen met woningcorperatie SOR een nieuw huisvestingsconcept voor senioren. “De Zorgbutler” is een woonvoorziening waar zelfstandige ouderen zo lang mogelijk de regie over het eigen leven kunnen behouden. De zorg is altijd binnen handbereik, kenmerkt zich door kleinschaligheid en wordt georganiseerd en gefaciliteerd door zorgondernemers.
    Voor dit concept is het woonzorgcentrum De Schutse getransformeerd. In het flatgebouw uit de jaren ’60 zijn 123 zelfstandige en betaalbare appartementen voor ouderen gerealiseerd. Er zijn drie basistypen en op elke verdieping ligt een gezamenlijke huiskamer. In de plint zijn 15 appartementen voor “Thomas op Kamers”. Hier wonen mensen met een licht verstandelijke beperking zelfstandig onder het toeziend oog van een zorgondernemer die fungeert als begeleider, hospita en zorgverlener ineen.
    De Schutse gaat verder als “het Pietje Bell huis” en heeft een eigentijdse uitstraling gekregen. Oorspronkelijke kwaliteiten zijn in een nieuwe context geplaatst. De bestaande gevel is opnieuw geschilderd, waarbij de bestaande gelaagdheid beter tot zijn recht komt. De dubbele hoogte van de entreehal opent zich meer naar de straat. De donkere, gedateerde lifthal is getransformeerd naar een lichte, met daglicht overgoten, ruimte. In samenwerking met interieurontwerpster Danielle Lahou zijn de gemeenschappelijke verkeersruimten prachtig afgewerkt en roepen de associatie van een luxe hotel op. De gezamenlijke huiskamers zijn met zorg door de zorgondernemers zelf ingericht. Zij zijn immers de uiteindelijke dragers van het plan.

  • De Nijverheid, Leiden

    Het gebouw van de Christelijke Nijverheidsschool voor Meisjes in Leiden van architect J.F. Niepoth jr. is getransformeerd tot een wooncomplex. Dit gemeentelijk monument, oorspronkelijk gebouwd in 1958 is een schakering van rechthoekige en L-vormige bouwdelen. De kavels in dit voormalige schoolgebouw zijn uitgegeven als zogenaamde kluswoningen. De nieuwe eigenaren kopen een kavel in de vorm van een casco. Zij ontwerpen en bouwen elk hun eigen woning. Een voormalig klaslokaal op de begane grond en een deel van de oorspronkelijke gang vormen samen het woonoppervlak van ca 100m2.

    Om het oorspronkelijke karakter van het schoollokaal te behouden zijn geen conventionele wanden gebruikt om een ruimtelijke indeling te maken. In de ruimte is een hoog kastelement geplaatst waarin alle faciliteiten zijn ingebouwd. Hierdoor blijft de bestaande rechthoekige ruimte in zijn geheel ervaarbaar. De omliggende ruimte kan vrij worden ingericht en met name de vijf grote vensters bepalen samen met het kastelement het karakter van deze loft. Het 3,6 meter hoge kastelement wordt donkergrijs uitgevoerd met hout accenten. Naast alle installaties en ruime opslagruimte wordt o.a. een toilet, badkamer, wasruimte en keuken ingebouwd. Voor logees is hoog in het element een bedstee-achtige slaapruimte gemaakt met een intern venster met uitzicht via de woonruimte naar buiten. Een verrijdbare industriële laddertrap zorgt ervoor dat alle kastruimte optimaal benut wordt. Kleur en materialen accentueren de simpele opzet.

    Project

    Adres

    Ontwerp

    Projectmanagment

    Uitvoering

    De Nijverheid, Leiden

    Toussantkade, Leiden

    MATH architecten

    In-Uitvoering, Zoeterwoude

    AvS, Stompwijk

  • Studentenwoningen Prinsengrachthofje, Den Haag

    Den Haag telt 115 hofjes, waarvan vele op de monumentenlijst staan. Het Prinsengrachthofje is een exploitatiehofje uit de 19e eeuw. Toen Arcade Mensen en Wonen het hofje overnam van de gemeente was het in verwaarloosde staat en bleek de houten fundering ernstig te zijn aangetast. Voor de redding was een grondige aanpak nodig. Begin 2007 benaderde Arcade ons bureau voor een haalbaarheidsonderzoek naar mogelijke typen woningen in de verouderde onder- en bovenwoningen. Dit resulteerde in 21 studentenwoningen: 10 op de begane grond en 11 bovenwoningen, waarvan één videwoning gelegen boven de gezamenlijke fietsenberging. Door de trappen 180 graden te draaien zijn zowel functioneel als ruimtelijk, efficiënte en compacte woningen ontstaan die met een “normale” trap te bereiken waren.

    Het contact met Monumentenzorg vanaf de beginfase, heeft tot een langdurige en vruchtbare samenwerking geleid, waarbij ook de complicaties die de brandveiligheid (nieuwbouweisen) met zich meebracht het hoofd werden geboden. In het najaar van 2009 is gestart met de algehele renovatie en restauratie. De sloop van de achtergevels, de daken en de beganegrondvloer gaven het complex lange tijd het aanzien van een ruïne. Met veel zorg en vakkundigheid zijn de woningen inmiddels weer opgebouwd. We durven gerust te stellen dat eind 2010 de mooiste studentenwoningen van Den Haag zijn opgeleverd.

  • Reconstructie Mercatorplein, Amsterdam

    Het Mercatorplein, gebouwd in de jaren twintig van de vorige eeuw, komt van de tekentafel van H.P. Berlage. Hij heeft o.a. de “zusterblokken” aan de noord- en zuidwand ontworpen, die met hun toren en poortgebouw de stedebouwkundige afsluiting van de assen van de Hoofdweg vormen. Vanwege de bouwvallige staat is de toren van de noordwand in 1961 gesloopt. Binnen het stadsvernieuwingsplan Mercatorplein en omgeving van 1993 in oorspronkelijke staat gereconstrueerd.
    Woningbouwvereniging Het Oosten schakelde architect Wytze Patijn in voor de herbouw. In samenwerking met MATH werd een reconstructieplan ontworpen voor 24 koopwoningen, 9 bedrijfsruimten en een horeca-vestiging. Op de verdiepingen zijn 21 koopappartementen en 1 maisonette ondergebracht en in de toren 2 gestapelde woningen.
    Een grote glazen lift verbindt de verdiepingen en zorgt voor extra lichttoevoer tot onder in de poortzone, waar ook de hoofdentree van de woningen is gesitueerd. Door toepassing van veel glas op die plek is er veel “sociale controle” mogelijk, met de bedoeling vandalisme te ontmoedigen. De gevels zijn volledig in ere hersteld, inclusief herplaatsing van de originele tufstenen ornamenten, de plint van syeniet en de gecanneluurde toren.

    Achter de gevels voegen de binnenruimtes zich naar de originele raampartijen. Dit zet zich door naar het binnenterrein, waar met gestucte gevels de volumes worden afgemaakt. De woningen kenmerken zich door een ruime entree en hebben veelal een “rondloop-circuit”.
    Het dakterras van de hoogste torenwoning geeft een weids uitzicht over Amsterdam.

  • Politiekantoor Allegonda Gremmer, Rotterdam

    Het politiebureau dateert uit 1956 en is een interessant stukje “wederopbouw-architectuur”, ontworpen door architect L. Voskuyl van Gemeentewerken Rotterdam. Na de renovatie, die in 2002 werd afgerond vormt dit gebouw samen met een nieuwe aanbouw één geïntegreerd complex. Het vervult een overloopfunctie voor het politie- bureau aan het Marconiplein.

    Wytze Patijn vroeg MATH om onder zijn supervisie de plan-ontwikkeling op zich te nemen.
    Beeldbepalend motief bij het ontwerp is dat in het interieur het bestaande gebouw in zijn materialisering herkenbaar is. De oorspronkelijke buitengevel met zijn karakteristieke loggia-over-twee-verdiepingen is gehandhaafd. Om het ruimtelijke effect van deze ingreep te ondersteunen is de begane grond plaatselijk twee verdiepingen hoog. Op deze plaats is daardoor een centraal “ontmoetingsplein” ontstaan dat door een glasgevel over twee verdiepingen visueel met het binnenterrein is verbonden. Loopbruggen over een vide koppelen het nieuwe bouwdeel aan het oorspronkelijke gebouw.
    We waren verantwoordelijk voor het bouwkundig ontwerp, de algemene project-coördinatie en de directievoering tijdens de uitvoering.

  • Appartementen Kanaalstraat, Amsterdam

    Dit bijzondere pand in de Amsterdamse Overtoombuurt was ten tijde van aankoop in slechte staat.
    Fundering, vloeren en gevels dienden grondig te worden gerenoveerd. De huurappartementen waren volledig uitgewoond.
    Het pand is gesplitst, waarbij de drie appartementen, inclusief installaties, volledig zijn vernieuwd. Het klassieke trappenhuis bleef behouden, maar het pand heeft wel een nieuwe fundering en begane grondvloer gekregen. De verdiepingsvloeren zijn opgewaardeerd waardoor ze voldoen aan de huidige eisen van brand- en geluidwering. Het appartement op de begane grond is aan de achterzijde uitgebouwd en voor het bovenste appartement is het dak toegankelijk gemaakt. Vanaf het terras heeft men een fraai uitzicht over de stad.
    De voorgevel, met een monumentenstatus, is met zorg gerestaureerd. Daarbij zijn de nieuwe vertikale schuiframen in het werk pas gemaakt en in de bestaande scheluw kozijnen geplaatst, zonder dat aan het monumentale beeld enige concessie is gedaan.

  • Coolhavengebouw, Rotterdam

    Stadswonen is bezig met het opwaarderen van een aantal studentencomplexen. De entree en de onderdoorgang van het studentenhuis Coolhaven zijn in 2016 onaangename ruimten. Op basis van een aantal wensen van de bewoners is in het ontwerp transparantie, kleur en sfeer gecombineerd met een functioneel materiaalgebruik.
    Glas, akoestische panelen voorzien van eikenfineer, lichte kleuren op de wanden en een uitgekiende verlichting heeft de entreehal getransformeerd van een onaangename donkere ruimte in een lichte en warme entreehal. De grote spiegel boven de postkasten verbreedt daarbij visueel de smalle entree en reflecteert de wand met geschilderde contourlijnen van Rotterdam. In de onderdoorgang zijn zowel het plafond als wanden gedeeltelijk bekleed met Bankirai planken en is een goede verlichting aangebracht. De woningentree’s vallen op door de fris groene kleur, de containers staan verborgen achter geperforeerd stalen schermen. De onderdoorgang wordt door een nieuw hekwerk afgesloten waarin de gebouwnaam is opgenomen.
    In de eindfase van de verbouwing wordt bij het verwijderen van de grove naamplaat duidelijk waarom deze zo is overgedimensioneerd: het heeft jarenlang het oorspronkelijke “van den toorn ijzerwaren” aan het oog onttrokken. In plaats van het verleden van het pand opnieuw te verdoezelen hebben we voor het effect van maskering gekozen. Op het eerste gezicht ziet men alleen “studentenhuis Coolhaven” in losse letters op de gevel. Maar als men nauwkeuriger kijkt ziet men de historie van het pand er vaag achter doorschijnen.

  • Prinsessenflats, Rotterdam

    Dit complex van vier 11-hoge woongebouwen, ontworpen door architect Rein Fledderus, is één van de eerste projecten in Rotterdam- Alexanderpolder, een door de stedenbouwkundige Lotte-Stam Beese ontworpen uitbreidingswijk uit de jaren 60 van de vorige eeuw. De wijk heeft decennia later ondanks, of misschien wel dankzij, ontwikkelingen in de nabijheid en door “inbreidingen” nog een grote aantrekkingskracht. In de Prinsessenflats wonen in het begin van de “jaren 90” nog veel Rotterdammers die er als jong gezin zijn ingetrokken. Toen er voornemens begonnen te circuleren over sloop/nieuwbouw van de woningen die door “beleidsmakers” als te klein en dus onvoldoende toekomstbestendig werden beoordeeld, zetten ze zich, inmiddels vaak ver over de 70 jaar, met hartstocht in voor het behoud van het complex.

    Stichting Volkswoningen liet zich overtuigen: er werd een bouwteam met veel bewonersparticipatie tot stand gebracht, dat resulteerde in een plan voor renovatie en “upgrading” van de 660 woningen.

    De technische infrastructuur (liften, CV, MV, keukens) is vervangen en er is aanvullend geïsoleerd. De “exterieure” ingrepen zoals vervanging van hekwerken, gevelisolatie en kleurkeuzes zijn erop gericht de “gelaagdheid” van de gevels te behouden en te versterken. Een royale nieuw ontworpen entreehal en een voor elk van de 44 verdiepingen herkenbaar tegelmotief, ontworpen door de Delftse kunstenares Cedri Sikkens, hebben kwaliteit en belevingswaarde aan het openbare gebied toegevoegd, die meer dan tien jaar na totstandkoming nog duidelijk kan worden ervaren.

  • Slovak Embassy, The Hague

    Situated in The Hague, on the Dutch coast, this project provides a new outdoor terrace and entrance stairwell for the Slovak embassy building.
    The original building, dating back to the early 20th century once featured a landscaped terrace which provided a welcoming point of entry for visitors.
    Following a number of modern interventions, the terrace was removed and the building presented itself in a formal manner to the public, something which the embassy felt is not appropriate.
    Our proposal involved the construction of a new stairwell and terrace that welcomes visitors.
    The materials used in the new work relate to those of the existing house/building;
    walls are made of brick, steps from a dark belgium stone and the hand rails are made from steel.

  • Zegro Groothandel, Rotterdam

    De brasserie in deze horeca-groothandel functioneert als ontmoetingspunt voor klanten en medewerkers van Zegro. De bestaande uitspanning was gedateerd en vroeg om een aantal praktische verbeteringen.

    Essentieel voor de rol van de brasserie is de strategische positie bij de entree en het kassagebied. De twee gevels die zich hierop richten zijn uitgevoerd met grote openingen voor doorzicht. De L-vormige bar met daarachter de spoelkeuken is in de gesloten hoek geplaatst van de rechthoekige plattegrond. Een lange L-vormige zitbank met kleine bistrotafels aan de binnenzijde vormen een perfect uitzichtpunt om na de winkeltour een kop koffie te drinken.

    De gevels zijn als portalen uitgevoerd, bekleed met onbehandelde blauwstaal-plaat. De bank is zilverkleurig, waardoor de capitonnering goed naar voren komt. In het midden staat een grote leestafel en achterin twee hoge zit-sta-tafels met hoge stoelen. Zowel vloer als tafels zijn uitgevoerd in massief eiken planken met een white-wash coating. Het donkere barmeubel met een Nero Assoluto blad en blauwstaal front steekt af tegen de witbetegelde achterwand, die doorloopt in de spoelkeuken. Achter het korte deel van de bar is een kookhoek ingericht, tegen een in drie grijstinten random betegeld middenblok met de afzuiginstallatie erin opgenomen. Op het strek-metalen bovenpaneel is in fel rood neon de naam “Bistrozet” geplaatst. Grote cilindervormige lampenkappen in diverse bruintinten geven sfeer en beslotenheid aan de verschillende zitplekken.

    De brasserie is op 29 maart 2012 feestelijk geopend bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan van Zegro.

    De oude Non-food afdeling was vol en rommelig. Stellingen stonden diagonaal opgesteld. Doel van de herinrichting was om de vindbaarheid van producten te verbeteren en aan te sluiten bij het beeldconcept van Zegro.

    Als onderdeel van het hoofdcircuit in de meer dan 4000m2 grote klantruimte is de hoofdgang in de Non-food afdeling uitgevoerd met een plafondverhoging. De centrale ruimte van de afdeling is eveneens met verhoogd plafond uitgevoerd en alle paden van de afdeling komen hierop uit.

    De wandstellingen zijn eenduidig uitgevoerd met een hoogte van 2,4 meter. Iedere wandstelling is uitgevoerd met een bovenkast-element tot aan het plafond uit eikenhout. De vakken kunnen verschillend worden ingevuld maar dominant zijn de vakken op regelmatige afstand voorzien van verlichte rode glasplaat met product icoon. Het icoon vertegenwoordigt het product dat kan worden aangetroffen in de nabije stellingen. In de winkel is de zone boven de in orthogonale rijen opgestelde stellingen vrij van obstakels gehouden zodat de rode panelen vanaf iedere plek zichtbaar zijn. Dit systeem biedt de klant overzicht en rust in het enorme aanbod en kan ook worden toegepast in de overige afdelingen. Het is in lijn met de Zegro-huisstijl waarbij beeldcommunicatie centraal staat.

    De oude TL-verlichting is vervangen door hoog rendement gas-ontladingslampen waardoor het elektriciteitsverbruik voor verlichting met de helft is teruggebracht.

  • Rubroek, Rotterdam

    De Serviceflat Rubroek ligt in het hartje van de Rotterdamse wijk Crooswijk. Het complex is gebouwd in 1975 en voorzag in 201 twee-kamerwoningen en 14 drie-kamerwoningen voor ouderen. In 2005 besloot de opdrachtgever tot groot onderhoud. Ook dienden de woningen aangepast te worden aan de eisen van deze tijd en was de inrichting van de algemene ruimten gedateerd. De unieke ligging naast verzorgingsflat Rubroek maakte het eenvoudig om “zorg op maat” te kunnen leveren. De realisatie van levensloopbestendige woningen lag hier voor de hand.

    Bij aanvang van de opdracht tot groot onderhoud, in januari 2006, moest het exacte programma van eisen nog worden uitgewerkt. Daartoe is een planteam opgericht waarin de Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam als eigenaar, stichting de Singels als woonzorg-organisatie en ons architectenbureau plaatsnamen. Na een inventarisatie en gesprekken met de huurderscommissie en medewerkers van de stichting de Singels is besloten om het groot-onderhoud uit te breiden. Naast technisch onderhoud, zoals het vernieuwen van het dak, het aanbrengen van isolerende beglazing en het verbeteren van ventilatie, zijn de badkamers vergroot en de woningen rolstoeltoegankelijk gemaakt. Een aantal twee-kamerwoningen is samengevoegd zodat 17 extra drie-kamerwoningen zijn toegevoegd. Het plan voorziet daarnaast in ruimten voor de zorginfrastructuur, opstelruimten voor scootmobielen en diverse gebouwvoorzieningen. De verbeterde entree op straatniveau ligt naast een volledig nieuwe praktijk voor fysio-manuele therapie en sluit aan op een nieuwe grote lift, die aangepast is op het intensief gebruik van scootmobielen. Omdat de bouw in bewoonde toestand plaatsvindt, is er reeds in de ontwerpfase rekening gehouden met de bouwlogistiek. Tijdens de bouwvoorbereiding is samen met de aannemer bekeken welke aanpassingen en voorzieningen de overlast voor de bewoners verder kan reduceren. In de uitvoeringsfase wordt dagelijks intensief overleg gevoerd tussen opdrachtgever, zorgverlenende instanties, bewoners enerzijds en de uitvoerende partijen anderzijds. Dit overleg is cruciaal voor het slagen van het project. Ons bureau is niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp, maar voert ook de directie tijdens de bouwwerkzaamheden.

  • Politiebureau Mijnsherenlaan, Rotterdam

    In 2002 werd gestart met de bouw van de Queen of South, een 71 meter hoge woontoren op een elipsvormig laagbouwdeel, gelegen tegenover het metrostation Maashaven in Rotterdam.
    In 2004 kreeg ons bureau opdracht om een ontwerp te maken voor de huisvesting van wijkteam Tarwewijk, inmiddels bekend als politiebureau Mijnsherenlaan. De politie kon op de begane grond een beperkte oppervlakte huren, op de verdieping waren er meer vierkante meters beschikbaar. Omdat de ruwbouw inmiddels gereed was, waren de mogelijkheden voor het maken van een vloersparing tussen de begane grond en de eerste verdieping beperkt. Het trapgat werd daarmee een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp.
    Vanuit de entree begeleidt een golvende wand de bezoeker naar de balie. De publiekshal telt één aangifteruimte. De trap achter de balie komt direct in de wijkteamruimte op de verdieping uit. De gevraagde “achtervang” van de baliefunctie is zo optimaal vormgegeven. In de teamruimte vormt de trap en de balustrade rond het trapgat een spil waar verschillende functies om zijn gegroepeerd: werken, sociaal samenkomen en facilitaire functies. Ruimten zoals de chefskamer, de briefingsruimte en de sanitaire ruimten, moeten kunnen worden afgesloten en zijn rond de teamruimte geordend.
    Zoals bij alle politiebureaus die we hebben ontworpen, heeft ons bureau ook de directievoering en toezicht op de bouw verzorgd.

    Foto’s: fotografie Sonnega

  • Politiebureau Zaagmolenstraat, Rotterdam

    In het kader van de zgn. “strategische wijkaanpak” in het gebied Oude Noorden is in 2004 een woningblok tussen 1e Pijnackerstraat, Tochtstraat, Meidoornstraat en Zaagmolenstraat gesloopt om plaats te maken voor vervangende nieuwbouw: het project Wilgenhof. Het blok bevat naast woningen ook de nodige verhuurbare ruimten, o.a. op de hoek van de Zaagmolenstraat en de 1e Pijnackerstraat. De centrale ligging in de wijk inspireerde het facilitair bedrijf van de Regiopolitie om te laten onderzoeken of op deze plaats een vervangend onderkomen zou kunnen worden gerealiseerd voor 2 wijkteams die vanuit verouderde accomodaties opereerden.
    Wij kregen opdracht voor een verkennend onderzoek en concludeerden dat er goede mogelijkheden waren, mits een geprojecteerd trappenhuis zou kunnen worden verplaatst. Omdat de bouw inmiddels in volle gang was, noodzaakte dat tot snelle actie in overleg met de architect van het complex, de constructeur en de bouwer.
    Op basis van het aldus gewijzigde casco, kon het ontwerp van het nieuwe wijkkantoor verder worden uitgewerkt. Een voorwaarde daarbij -gezien de stand van het project op het moment van “aanhaken” – was het respecteren van de gevel (indeling en materialisering) cf. het ontwerp van de architect van het complex.
    Het kantoor heeft een publieksingang aan de Zaagmolenstraat. Voertuigen vinden een plaats op het binnenterrein, waar de dienstingang is gelokaliseerd. Het kantoor bevat werk-en facilitaire ruimtes voor 2 wijkteams maar voorziet ook in vergader-/werkruimtes voor projectteams van de politie.

    Foto’s: fotografie Sonnega

  • Politiebureau Rijstuin, Rotterdam

    De Rijstuin 176 is gelegen op de bel-etage van de Blaaktoren, in de volksmond “het potlood” genoemd. Deze toren is, evenals de naastliggende kubuswoningen, ontworpen door architect Piet Blom. De etage heeft slechts aan één zijde ramen, een beperkte vrije hoogte, een lager gelegen smalle entree en beperkte mogelijkheden voor installaties. Toen Politie Rotterdam-Rijnmond huisvesting zocht voor twee wijkteams werd de etage in eerste instantie dan ook afgewezen. Echter, de locatie aan de markt en in directe nabijheid van station Blaak was zo gunstig voor de politie dat ons bureau in 2003 werd gevraagd om toch een plan te maken.
    De beperkingen van het pand werden gezien als uitdagingen, waarbij we pragmatisch te werk zijn gegaan. Door de juiste ordening van de verschillende ruimten en het gebruik van glazen systeempuien wordt het daglicht optimaal gebruikt. Het contrast tussen een verlaagd plafond in de verkeersruimten en hogere plafonds met de installatieleidingen in het zicht, zorgt ervoor dat de werkruimten optisch extra worden verhoogd. Door de kleur-, materiaal- en verlichtingskeuze krijgen ook de ruimten zonder daglicht een aangename sfeer. De toegepaste kleuren sluiten aan bij de kleuren van het exterieur van Piet Blom. De politie betitelde dit project bij de opening als een optimum tussen de beoogde kwaliteit en de bijbehorende bouwkosten.

    Foto’s: fotografie Sonnega